Het even stil geweest rond de Amstel Gold Race maar nu heb ik weer wat te melden. Verschillende renner geven aan hun pijlen al dan niet te richten op de klassieker en ik ga rustig door met mijn voorbereidingen.

Inmiddels fiets ik ieder weekend en streef ik zelfs naar twee keer trainen in de week. Afgelopen zondag heb ik in de ochtend een rondje van ongeveer 50 kilometer met de club gemaakt. Met een gemiddelde snelheid van een kilometer of 30 zat het tempo er goed in. Na een rondje langs Helvoirt en Moergestel keerde ik vanuit Vlijmen weer huiswaarts.

In de middag heb ik ongeveer 67 kilometer gemaakt door ‘even’ bij mijn ouders langs te gaan. Helaas kwam ik op de terugweg bij Waalwijk de ‘man met de hamer’ tegen. Ik had niet bijzonder veel gegeten waardoor ik hard achteruit geslagen werd. Mijn hoofd, mijn benen en de rest van mijn lichaam wilde niet meer. Mijn energie was op en ik vloekte in mezelf dat ik geen extra gelletje had meegenomen. Bij een andere wielrenner die voorbij kwam kon ik nog maar met moeite aanpikken. Zo kon ik enkele kilometers het tempo wat opschroeven. Helaas scheidde op een gegeven moment onze wegen. Met hangen en wurgen kwam ik uiteindelijk thuis. Moe, misselijk en met pijnlijke benen plofte ik op de bank.

Ik heb in een dag bijna 150 kilometer gemaakt en daarmee de afstand van de Amstel Gold Race(de 150 kilometer toerversie) benaderd. Ik moet dus nog veel trainen om alle beklimmingen zonder kleerscheuren te voltooien. En ik heb geleerd dat het altijd verstandig is voldoende energie mee te nemen.