Door: Peter der Kinderen

Gerrie Knetemann flikte het in de 4e etappe van de Tour de France 1982. Hij werd ritwinnaar en
dankzij zijn inspanningen won ik een racefiets in de Tourprijsvraag van het Brabants Dagblad.Ik tipte De Kneet als winnaar en ook de nummer 2 van de etappe, Sean Kelly, had ik goed geraden.
Je bent kenner of niet…Geen kenner dus maar wel een fanatiek volger van de Tour.
Plots staat er een oranje racefiets, merk Union, in de garage en dan stap je voor de eerste keer op
zo’n fiets. “Krom gebogen over het stuur” uit “De eenzame fietser” van Boudewijn de Groot ondervind
je aan den lijve. Op smalle bandjes verken je stille polderwegen. Je evenwicht bewaren en je
concentreren op de weg winnen het in dit stadium van het genieten van de omgeving.
Die eerste racefiets is het begin van een levensvreugde die ik voor geen goud had willen missen.
Solo tochten worden afgewisseld met het rijden in een groepje.
De eerste die ik kan verleiden om “in mijn wiel te kruipen” is mijn vrouw. Op mijn oude fiets kreunde
ze na tien kilometer: “Vind je dit nu leuk?”. Maar nu is zij helemaal om en schroomt niet om op z’n tijd
kopwerk te verrichten.
Je omgeving wordt enthousiast en een buurman bekent dat zijn jongensdroom bestaat uit het
beklimmen van de Mont Ventoux. “Probeer eerst maar eens de bruggen over Maas en Waal” is mijn
goed bedoeld advies. En waarachtig oude racefietsen worden onder het stof en het spinnen rag
vandaan getoverd en het eerste tochtje met de buurmannen is een feit.
Op de zondagmorgen uitslapen is er niet meer bij. Eerst buienradar raadplegen want we zijn wel
watjes die er niet op uitgaan als het regent. Met zijn allen beseffen we dat we in een schitterende
omgeving wonen. Afhankelijk van de windrichting doen we een rondje Schayk door de bossen van
Heeswijk via de Bedafse Bergen naar het heidegebied van de Maashorst, een toertje Maas & Waal
of De Bockenreijderstocht. Onderweg genieten we van de natuur, het voorjaar of herfsttinten. We zijn
helemaal blij als we een ree, ooievaar of fazanthaan scoren.
We houden niet alleen uitzicht op elkaars achterwerk maar kijken rond in een steeds wisselend
landschap. De eerste maïs wordt gekneusd en een vos rent voor zijn leven, op de vlucht voor de
vernietigende messen van de hakselaar.
We verbazen ons over het afval in de bermen, volle vuilniszakken en complete auto-interieurs die
achteloos worden weggeslingerd. De trappers gaan rond, soms soepel, de andere keer zwaar. Een
goede moraal en de nodige kilometers maken is noodzakelijk om ontspannen mee te pedaleren.
Hoewel, ontspannen, soms is het afzien als we fietsen in Zuid-Limburg en de Cauberg, de Keutenberg
of de Eyserbosweg beklimmen. Het afzien weegt niet op tegen het gevoel bij de beloning in de
afdaling. Naar beneden suizen en je blij voelen als een kind.
Mijn VT 730 is toe aan vervanging en volgende week fiets ik op een VT 780, iets eleganter, meer
carbon, blinkende spaken en fonkelnieuw. Ik hoop er nog lang van te mogen genieten. De fiets met
trapondersteuning is een geweldige uitvinding. Toch wacht ik tot mijn tachtigste om zo’n fiets op mijn
verlanglijstje te zetten.