De weersvoorspellingen waren slecht en uiteindelijk bleef het de hele dag regenen. De Buienradar gaf een grote langzaam bewegende blauw/paarse vlek aan. De beslissing om niet de 200 kilometer op en neer naar Diest te fietsen was daarom snel genomen. Maar na een korte twijfel ben ik toch op de fiets gestapt voor een wel heel erg ingekort rondje. 

Het is half 11 als ik richting Orthen fiets. De regen valt met bakken naar beneden en ik voel hoe mijn billen nat worden van het opspattende water. Mijn knieën voelen ijskoud en bijna verkrampt. Bij het viaduct net na de Orthenpoort besluit ik dat ook een tochtje naar Berg en Dal er niet in zit, misschien dat een rondje Veghel een beter idee is. Ik draai om een rijd onder het viaduct door weer terug richting het centrum. Ondertussen regent het door en voel ik hoe ik door en door nat wordt. Bij het rode stoplicht sta ik achter een oudere man op een brommer. Ik veeg het water van mijn gezicht en hij draait om.

“Het is niet echt weer om te fietsen hè” zegt hij terwijl zijn brommertje doorprutteld.
“Niet echt, maar het is te doen” antwoord ik.
“Dat heb ik vroeger ook gedaan…koersen…wat was mooi joh”.
“Dat geloof ik best” zegt ik terwijl voel hoe de druppels over mijn gezicht lopen.

Dan springt het stoplicht op groen en geeft de oudere man gas. Aan ons gesprek komt abrupt een eind en ik ga voorzichting op mijn pedalen staan. Het asfalt is glimmend zwart en ik moet nog steeds wennen aan het idee dat ik met mijn flinterdunne gladde racebanden toch grip heb. Met flinke druppels op mijn bril fiets ik langs de Zuid-Willemsvaart. Tussen de dikke druppels op het display van mijn fietscomputer zie ik snelheden van 28 tot 31 kilometer per uur. In ’s Hertogenbosch Zuid steek ik vervolgens het kanaal over en kom via een kleine bocht weer in het centrum terecht. Ondertussen stop ik mijn bril in mijn achterzak, want door de grote druppels zie ik inmiddels geen hand voor ogen meer. Om de drukte van de stad te verlaten schiet ik vervolgens de Bossche Broek op. Een natuurgebied ten zuiden van de binnenstad. Het is een verademing om zonder auto’s, vrachtwagen en brommers om me heen te kunnen fietsen. Onderweg kom ik een enkele handloper tegen en zoals altijd geldt; hoe slechter het weer hoe meer mensen groeten.

Via het tunneltje onder de Vughterweg verlaat ik vervolgens de Bossche Broek om weer terecht te komen in de bewoonde wereld. Terwijl ik Vught doorkruis begint het weer harder te regenen, er lijkt geen eind aan te komen. Ik ben dan ook blij als ik mijn sleutel in het slot kan steken en ik weet dat ik weer thuis ben. Want thuis betekend dat ik een warme douche kan nemen en een goede lunch kan nuttigen.