Toen ik enkele jaren terug het voorstel kreeg om een strip over Fausto Coppi uit het Italiaans te vertalen – zowaar een combinatie van mijn twee grote hobby’s: wat wil een mens nog meer! – had ik helemaal niet kunnen bevroeden dat “strips over wielrennen” zich tot een heus genre zouden ontpoppen. Anderzijds: landen als Frankrijk, België en Italië kunnen bogen op een rijke wieler- èn striptraditie, dus zo vreemd is het ook weer niet dat beide universa elkaar al eens ontmoeten.

Zo zag de jongste jaren een resem stripalbums het licht, die op de een of andere wijze het wielrennen als onderwerp hebben: tijd voor een overzicht.

Volledig nieuw is het genre overigens ook niet echt: in 1973 verscheen het album met de veelzeggende titelTopprestaties van Eddy Merckx, van de hand van broodtekenaar Christian Lippens (jarenlang vaste medewerker van Michel Vaillant-tekenaar Jean Graton), in dezelfde klassieke, degelijke maar weinig originele stijl die we ook van Michel Vaillant kennen. Het album zelf is een overzicht van een wielercarrière waarin Merckx de successen aaneenrijgt; vooral leuk voor verzamelaars en nostalgici.

Hetzelfde kan gezegd worden van de biografische strip Zo is er maar 1 over diezelfde Merckx, van de hand van de Vlaamse naoorlogse strippionier Buth (alias Leo De Budt, schepper van het personage Thomas Pips).

En Jean Graton zelf maakte eerder al, tijdens zijn beginjaren bij het weekblad Kuifje, verschillende korte verhalen over wieler- en andere sporthelden, nadien gebundeld in de albums Leve de sport en De onbekende van de Tour.

Toch is het vooral de laatste jaren dat een groeiend aantal wielerstrips het daglicht zag. In Vlaanderen schopte Tom Boonen het tot stripfiguur in de kinderserie Tommeke (strips rond vedetten of populaire tv-reeksen zijn hier nu eenmaal een veel voorkomend fenomeen – zie ook F.C. De KampioenenKim Clijsters ofK3…), maar ook in het meer volwassen stripgenre deed het wielerthema inmiddels zijn intrede.

De meest bekende exponent hiervan is de Franse auteur Christian Lax, van wie in 2005 het album De teenloze adelaar verscheen in de Vrije Vlucht-collectie van uitgeverij Dupuis: een verhaal over moed en opoffering, in de eenzame strijd die een jonge wielrenner in het begin van de 20ste eeuw moet leveren tegen armoede, fysieke ontbering, en vooral tegen de ongenaakbare toppen van de Pyreneeën. Een aanrader, niet in het minst door de bijzonder sfeervolle aquarelkleuren die de tekenaar gebruikt. En kennelijk had die auteur hiermee de smaak te pakken, want sedertdien verschenen van zijn hand nog drie andere boeken met een hoofdrol voor de fiets (alle bij uitgeverij Daedalus). Het tweeluik Vinkenbrood vertelt het dramatische verhaal van de wielerklassieker Parijs-Roubaix in de door oorlog en armoede getekende Noord-Franse mijnstreek, terwijl De eekhoorn van de Vél d’Hiv ons het relaas brengt van de nu verdwenen wielerpiste van Parijs, de Vélodrome d’Hiver, tegen een achtergrond van Duitse bezetting, collaboratie en verzet. Een wat stroever verhaal dan beide vorige, al weet het wel goed de drukkende sfeer te vatten van de Lichtstad tijdens de oorlogsjaren.

De allermooiste Franse wielerstrip tot dusver blijft echter met grote voorsprong Le Tour des géants (uitg. Dargaud), op briljante wijze geschreven en getekend door Nicolas Debon: een boeiende kroniek van de Tour de France van 1910, die voor het eerst de Pyreneeën beklom, en werd gewonnen door Octave Lapize, in een tijd dat wielrenners nog grote snorren hadden, en een reservetube om hun schouders. Jammer genoeg verscheen er tot op heden geen Nederlandse vertaling van dit pareltje.

Uit italië komt dan weer het eveneens uitstekende Fausto Coppi, de Campionissimo, van de talentvolle Davide Pascutti: geen saaie biografische opeensomming van feiten en feitjes, maar wel een weergave van de persoonlijke strijd (met de concurrentie, met Bartali, maar vooral met zichzelf) van de grote kampioen tijdens het wonderjaar 1949, waarin hij als eerste wielrenner ooit de Giro èn de Tour op zijn naam schreef. Met vlotte, doeltreffende zwart-wittekeningen maakt de auteur ons getuige van de momenten van glorie en diepe twijfel van een wielerheld die nog steeds tot de verbeelding spreekt.

Fausto Coppi

En tot slot mag ook Marco Pantani. Het einde van de Piraat niet onvermeld blijven, dat verslag doet van de laatste dagen uit het leven van de betreurde kampioen. Ondanks de erg journalistieke vertelstijl (de strip is dan ook gebaseerd op het boek van de Franse journalist Philippe Brunel) best het lezen waard (zeker voor de Pantani-fans), mede door de vlotte tekenpen van Lelio Bonaccorso: als is hij duidelijk geen fietskenner, tekenen kan hij wel! Beide laatstgenoemde boeken werden uitgegeven bij uitgeverij Silvester.

Voor Sint- of kerstgeschenken is het dan wel nog geen tijd, maar om jezelf op een leuk stripalbum te trakteren is het nooit te vroeg of te laat: ideaal voor de komende herfst- en winteravonden, wanneer de fiets in de kelder staat te wachten op een nieuwe lente…

Meer lezen: