Afgelopen zaterdag was het weer tijd voor de Rabo Beach Challenge. Er stonden ongeveer 1000 deelnemers aan de start nabij de Scheveningse Pier. Vol goed moed en flink wat trainingskilometers achter de rug stond ook aan de start met nummer 517.

Om 11:00 exact wordt het startschot gelost door Michael Boogerd. Voor me beginnen mensen langzaam in beweging te komen en de eerste meters tot aan de startlijn gaan niet erg snel. Als deze lijn eenmaal is gepaseerd kan de race echt beginnen en sprint ik naar de kustlijn. In de nerveuze beginfase van de wedstrijd moeten we rijden op een stuk van amper 2 meter breed. Met aan de ene kant mul zand en aan de andere kant de zee is het duwen en trekken.

Na de eerste paar kilometer ontstaat er voor mij een valpartij waarbij zo’n tien renners betrokken zijn. Ik kan gelukkig ontwijken en laat het geluid van tegen elkaar klappend metaal achter me. Met een gangetje van zo’n 25 kilometer per uur rijd ik vervolgens verder door het half mulle zand. Ik voel hoe mijn wielen telkens enkele centimeters wegzakken. Rustig rijd ik verschillende mensen voorbij, maar ik word op mijn beurt ook weer voorbij gereden door andere. Het strand is zachter dan vorig jaar en dat voel ik aan mijn benen en mijn ademhaling.

Katwijk is het eerste punt waar we van het strand af moeten. Ik rijd door tot mijn fiets vastloopt in het mulle zand, vervolgens spring ik van mijn fiets en ren richting de weg. Zodra ik asfalt onder mij voeten vol spring ik op mijn fiets voor het tweede deel van de heenweg. Maar ik ben nog niet op het strand, eerst moet ik over de basaltblokken afdalen naar het vertrouwde zand van het strand.

Richting Noordwijk zijn de omstandigheden niet veel beter. Het zand is zacht en ik moet zigzaggen over het strand om elk relatief hard stuk te benutten en grote muien te ontwijken. Op sommige stukken rijden we zelfs door het gladde slib en zit ik tot aan mijn knieen onder de bruine drek.

Als het keerpunt in Noordwijk in zicht komt is mijn energie al ver op, maar ik stap door.

Keerpunt


Bij de strandopgang in Noordwijk ontstaat een kleine file en helaas moet ook ik achteraan sluiten. Na voor mijn gevoel enkele minuten waarin in de tijd heb om na te denken over mijn lichamelijke toestand kan ik eindelijk weer het strand op rennen. In de flinke afdaling met mul zand zak ik diep weg en is het optillen van mijn benen loodzwaar. Het laatste stuk als het water weer in zicht komt spring ik op mijn fiets en laat me afglijden naar het hardere stuk. Er volgt een kort redelijk makkelijk stuk strand waarop ik nog redelijk wat tegenliggers voorbij rijdt.

Iets ten zuiden van Noordwijk aan Zee worden we van het strand af geleid en naar de duinen gestuurd. Daarvoor moet de zwaarste beklimming van de hele tocht bedwongen worden. Ik schakel naar mijn binnenste blad en rijdt rustig enkele renners voorbij. Daarna draai ik richting richting de duinen en kan ik tempo gaan maken op het asfaltpad door de duinen. Helaas voel ik dat mijn benen niet meer willen en met moeite haal ik een snelheid van maximaal 31 kilometer per uur. Ik wordt ingehaald door een klein groepje en met moeite lukt het me om 1 minuut aan te pikken.

De sluis bij Katwijk is de plaatst waar ik weer het strand opgeleid word. Ik schiet van de sluis af en rijd met een flinke snelheid het strand op. Maar al snel strand ik in het mulle zand met moet ik het stuk naar de branding rennen. Mijn voeten zakken weg en ik voel het gebrek aan kracht in mijn benen. Eenmaal weer wat vastere grond onder mijn voeten spring ik op mijn fiets.

Vermoeidheid


Het laatste lange rechte stuk ga ik kapot. Ik krijg mijn trappers nog amper rond en mijn maag rommelt. Mijn kleding is nat en zit onder het zand. Mijn bidon is bijna leeg en ik word enkele keren ingehaald door kleine groepjes met snelle rijders. Een enkele keer lukt het me aan te pikken bij zo’n groepje en kom ik weer enkele kilometer vooruit.

Pier in zicht


Op enkele kilometers voor de finisch komen de pier het Kurhaus in zicht. Het vooruitzicht te kunnen finischen beurt me weer op en vervolgens komt er een man voorbij rijden die roept dat ik bij hem aan moet pikken. Ik laat die kans niet schieten en zet met mijn pijnlijke benen kracht op mijn pedalen. Knijpend in mijn barends kom ik van mijn zadel om zo in het wiel van mijn voorganger te blijven. Hijgend hang ik tot de strandopgang naar de boulevard in zijn wiel.

Daar stap ik van mijn fiets en loop stap voor stap naar de boulevard. Iedere stap zak ik weg en moet ik kracht zetten mijn fiets vooruit de krijgen. Ik doe verwoedde pogingen korte sprintjes te maken om zo nog een paar posities te winnen. Bij de strandopgang spring ik met moeite op mijn fiets en ga op het binnenblad naar boven. Ik hoor mensen schreeuwen en klappen, ver op de achtergrond. Boven aangekomen duw ik mijn linkerduim resoluut naar voren en schakel naar het buitenblad. Ik probeer nog kracht te zetten, mijn blik oneindig. 100 meter verder rol ik compleet leeg over de finish.